Herkenning
Een variabel grijze, bruine of donkere slang, vaak met lichte nekmarkeringen. Tekening alleen is voor een onervaren bezoeker geen veilige basis om een slang te herkennen of vast te pakken.
Wanneer kijken
Activiteit verschilt met temperatuur en seizoen. Voor koude perioden zijn beschutte overwinteringsplaatsen nodig.
Waar kijken
Moerasomgeving, oevers en aangrenzend beschut land worden gebruikt. Hij is meestal minder nauw met open water verbonden dan de dobbelsteenslang.
Gedrag en ecologie
Voedsel en voeding
Amfibieën en andere kleine dieren zijn belangrijk. Geschikt voedselgebied kan verder reiken dan de directe waterrand.
Voortplanting en levenscyclus
Eieren ontwikkelen zich op land in warm beschut materiaal. Ongestoorde natuurlijke dekking is leefgebied, niet zomaar op te ruimen afval.
Van dichtbij bekeken
Hij kan zich bij bedreiging dood houden. Dat is defensief stressgedrag en mag nooit voor een foto worden uitgelokt.
Observeren en fotograferen
Geef slangen ruimte en raak, verplaats of omsingel ze niet. Leg schuilplaatsen niet bloot en probeer nooit verdedigingsgedrag te demonstreren.
Bronnen en verder lezen
Kijk zonder dieren vast te pakken of te verplaatsen, eieren te verzamelen of schuilplaatsen te verstoren. Vertrap geen vijverranden. Til geen afdekkende voorwerpen op voor foto’s. Gebruik een korte gids niet als handleiding voor veilige slangendeterminatie of het hanteren van slangen.
